Samenvatting

CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
1
BEROEPSCODE VOOR DE MAATSCHAPPELIJK WERKER
De Beroepscode voor de maatschappelijk werker is een uitgave van de Nederlandse Vereniging van
Maatschappelijk Werkers/NVMW, Utrecht, 2010.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
2
BEROEPSCODE VOOR DE MAATSCHAPPELIJK WERKER
COLOFON
De Beroepscode voor de maatschappelijk werker is een uitgave van de Nederlandse Vereniging van
Maatschappelijk Werkers/NVMW, Utrecht, 2010.
Xe druk Code voor de Maatschappelijk Werker, 2010, ISBN ………
Project:
Deze Code is tot stand gekomen met subsidie van het OAMW fonds en is de uitkomst van het NVMWproject
Herziening Code voor de maatschappelijk werker 2009/2010.
Projectleider: Jaap Buitink
Projectsecretaris: Conny Diersmann.
AUTEURSRECHTEN
© 2010 Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers/NVMW.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk,
fotokopie, geluidstape of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de
uitgever.
BESTELLEN
Deze uitgave is verkrijgbaar in iedere erkende boekhandel in Nederland. Tevens is zij te bestellen bij de
NVMW, Leidseweg 80, 3531 BE Utrecht, telefoon (030) 294 86 03, telefax (030) 293 92 25
of op www.nvmw.nl. Het reglement voor de tuchtrechtspraak staat op www.nvmw.nl
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
3
BEROEPSCODE VOOR DE MAATSCHAPPELIJK WERKER
(inspraakversie)
INHOUDSOPGAVE
Colofon ..
Voorwoord ..
Inleiding ..
Artikelen:
Hoofdstuk 1 Centrale waarde
Hoofdstuk 2 Beroepshouding ..
Hoofdstuk 3 De verhouding maatschappelijk werker – cliënt ..
Algemeen ..
Vertrouwelijkheid ..
Dossier ..
Hoofdstuk 4 Samenwerking ..
Hoofdstuk 5 De verhouding tot de organisatie ..
Hoofdstuk 6 De verhouding tot beroepsgenoten ..
Hoofdstuk 7 De verhouding tot de samenleving ..
Verklarende begrippenlijst
De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers/NVMW
Het Beroepsregister Voor Agogen en Maatschappelijk Werkers (BAMw)
INSPRAAKFORMULIER
De Beroepscode voor de maatschappelijk werker is een uitgave van
de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW).
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
4
VOORWOORD
Deze Beroepscode voor de maatschappelijk werker (Code) van de Vereniging van Maatschappelijk
Werkers/NVMW is het resultaat van een periode van luisteren naar en discussiëren met deskundigen op het
gebied van maatschappelijk werk. Anderhalf jaar lang is meer dan intensief gesproken over de (ethische)
basis van het eigen beroep: de professionele waarden en normen en de inbedding daarvan in het dagelijks
werk.
In 2009 besloot het bestuur van de NVMW code uit 1999 te herzien. Aanleiding daarvoor was het toenemend
aantal signalen en vragen vanuit binnen en buiten de vereniging over de inhoud en de bruikbaarheid van de
Code. Veranderende wet- en regelgeving, toenemende aandacht voor gedwongen hulpverlening, de
discussie over de noodzaak van een meldcode rond huiselijk geweld en kindermishandeling, aandacht voor
de Code in de jeugdzorg en veranderende opvattingen over privacy en informatieverstrekking speelden op de
achtergrond een belangrijke rol.
Met subsidie van het OAMW fonds zijn een projectleider en projectsecretaris aangetrokken. Een
literatuurstudie is uitgevoerd en er werden gesprekken gevoerd met onderzoekers, werkgevers en andere
specialisten op het gebied van maatschappelijk dienstverlening, jeugdzorg, maatschappelijk opvang, ethiek
en rechten. Centraal stonden echter de discussiebijeenkomsten met de belangrijkste deskundigen op het
gebied van maatschappelijk werk: de maatschappelijk werkers zelf. In verschillende provincies en voor de
verschillende werkvelden zijn oplopen georganiseerd. In het najaar van 2009 was er een bijeenkomst voor
stakeholders en is de Code ter inspraak voorgelegd aan de leden van de Nederlandse Vereniging van
Maatschappelijk Werkers. De Code die nu voorligt, is het eindresultaat van dit interactieve en intensieve
proces.
Deze Code is onmisbaar voor professionals bij het omgaan met ethische dilemma’s in het dagelijks werk. De
NVMW beveelt de Code dan ook zeer aan, aan alle (student-) maatschappelijk werkers, opleidingen,
werkgevers en beleidsmakers.
Bestuur NVMW / voorzitter en directeur
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
5
BEROEPSCODE VOOR DE MAATSCHAPPELIJK WERKER
INLEIDING
De maatschappelijk werker1 bevordert het tot zijn recht komen van zijn cliënt2 in de wisselwerking met zijn
omgeving. Dit houdt in dat cliënten zich kunnen ontplooien naar eigen aard, behoeften en opvattingen en
ook dat zij daarbij rekening houden met andere mensen in het cliëntsysteem3. De maatschappelijk werker
draagt in de uitoefening van zijn beroep actief bij aan een zo groot mogelijke eigen verantwoordelijkheid van
de cliënt en hij doet dat op professionele wijze. De beroepswaarden en normen4 die in deze Code zijn
vastgelegd zijn daarbij uitgangspunt.
Het belang van de Code
Het is belangrijk dat een beroepsgroep zijn beroepswaarden en normen transparant maakt en toelicht. Dat
doet de Code. De Code geeft daarmee richting aan het beroepsmatig handelen. Om ethische dilemma’s in
de praktijk op te kunnen lossen moet de maatschappelijk werker zijn eigen Code kennen en kunnen
hanteren. Cliënten en de samenleving kunnen maatschappelijk werkers aanspreken op hun beroepsmatig
handelen. Maatschappelijk werkers zijn bereid zich zo nodig te verantwoorden.
De waarden en normen die zijn opgenomen in de Code komen niet uit de lucht vallen. Ze zijn ze in de loop
van de tijd ontstaan, beschreven en bijgeschaafd om:
• De maatschappelijk werker voor zijn dagelijkse praktijk richtlijnen en ondersteuning te geven.
• De samenleving duidelijk te maken op welke vooronderstellingen het maatschappelijk werk steunt en
welke regels daarbij in acht worden genomen.
• (Potentiële) cliënten duidelijk te maken wat zij in hun contacten met de maatschappelijk werker
kunnen verwachten.
• Het beroepsmatig handelen toetsbaar te maken en daarvoor criteria aan te geven.
• Elkaar aan te kunnen spreken, binnen eigen team, organisatie of via het verenigingstuchtrecht.
• De beroepsgroep te binden en beroepsvervaging tegen te gaan.
Kenmerkend voor een Code is dat zij zich richt op de beroepsbeoefenaren zelf en geen zelfstandige rechten
en verplichtingen regelt van andere betrokkenen, zoals cliënten en werkgevers. Hiervoor bestaan andere
instrumenten, te weten klachtenreglement en een professioneel statuut. Toch is duidelijk dat de Code ook
naar (potentiële) cliënten, werkgevers, overheden en de samenleving als geheel een signaal van kwaliteit en
professionaliteit afgeeft: ‘U kunt ons aanspreken op onze Code; wij
1 In de tekst van deze beroepscode wordt de mannelijke vorm (werker, hij, zijn, etc.) gehanteerd. Zie ook
verklarende begrippenlijst.
2 Zie verklarende begrippenlijst.
3 Zie verklarende begrippenlijst.
4 Zie Verklarende begrippenlijst.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
6
staan voor onze professionele waarden en normen’.
Het interpreteren van de Code
Beroepswaarden en normen in de Code geven richting aan en houvast voor het beroepsmatig handelen. In
sommige situaties komt het voor dat de beroepswaarden en normen die zijn opgenomen in de verschillende
artikelen in de Code in conflict met elkaar zijn. Het is dan aan de maatschappelijk werker een afweging te
maken.
De beroepswaarden en normen in de Code zijn niet het enige middel om ethische en morele afwegingen te
maken in het dagelijks werk van de maatschappelijk werker. Behalve de beroepswaarden en normen, zijn er
wettelijk vastgelegde normen en regels. Deze vormen de wettelijke kaders waartoe de maatschappelijk
werker zich moet verhouden. Tenslotte neemt de maatschappelijk werker maatschappelijke en persoonlijke
waarden en normen mee. Ook daarvan moet hij zich bewust zijn.
Beroepsprofiel van de maatschappelijk werker
De Code is onlosmakelijk verbonden met het Beroepsprofiel van de maatschappelijk werker. De Code stelt
de normatieve professionaliteit centraal. Het Beroepsprofiel bevat een plaatsbepaling van het beroep,
beschrijft taken en competenties; de praktische kennis en kunde en methodische vaardigheden. Verder geeft
het een schets van de vele contexten waarin maatschappelijk werkers hun vak uitoefenen.
Code en beroepsprofiel vormen samen de ‘pijlers’ van het beroep maatschappelijk werk en houden het
beroep herkenbaar. Kennisneming van deze Code gaat dan ook niet zonder kennisneming van het
Beroepsprofiel.
Generiek versus specifiek
Het beroep maatschappelijk werker wordt uitgeoefend in een grote verscheidenheid aan functies en in
verschillende arbeidsrechtelijke verhoudingen. Elk specifiek deelgebied heeft zijn eigen kenmerken,
beperkingen en randvoorwaarden waarbinnen de Code moet, maar ook kan, worden toegepast.
De Code noemt niet elke uitzondering. De Code beschrijft het generieke in het beroep en geformuleerd in
algemene termen.
In aanvulling op de Code voor de maatschappelijk werker verschijnt specifiek voor de jeugdzorg een
addendum jeugd(zorgwerker) waarin de waarden en normen uit de Code worden toegespitst op de
jeugdzorg.
Op wie is de Code van toepassing
De Code geldt voor leden van de NVMW en/of maatschappelijk werkers die geregistreerd staan in het
Beroepsregister voor Agogen en Maatschappelijk Werkers (BAMw). Zij vallen ook onder het tuchtrecht van
de NVMW. Het tuchtrecht toetst bij klachten op naleving van de Code. Daarnaast geldt dat als een
maatschappelijk werker zich moet verantwoorden voor de rechter, dat deze kijkt naar de geldende
beroepsnormen. Deze Code vormt daar de weerslag van.
Het beroep maatschappelijk werker wordt uitgeoefend in verschillende functies, sectoren en type
organisaties. Het beroep wordt uitgeoefend door professionals in loondienst, maar ook door zelfstandig
ondernemers. Van belang voor het beroep maatschappelijk werker is dat binnen het organisatiedoel kan
worden gewerkt conform de beroepsstandaarden. Het maakt niet uit of een organisatie de uitoefening van
maatschappelijk werk als hoofddoel heeft of een ander doel heeft.
Deze Code houdt in haar formulering nadrukkelijk rekening met functies binnen het maatschappelijk werk
waarbij er vanouds her een zekere spanning bij de toepassing van de Code bestond. Dit gold met name in de
gedwongen en voorwaardelijke hulpverlening. In beide gevallen wordt gewerkt met rapportages aan derden.
Mits dit gebeurt in alle openheid kan de maatschappelijk werker werken volgens de artikelen in de Code.
Leeswijzer
Met de Code is het mogelijk om de beroepspraktijk te duiden aan de hand van artikelen verdeeld over zeven
hoofdstukken. De volgorde zegt niets over de belangrijkheid van de artikelen, er is geen sprake van een
hiërarchische volgorde. Het is voor de toepassing van de Code van belang de artikelen in hun onderlinge
samenhang te lezen. Bij het lezen van de artikelen is kennisneming van de verklarende begrippenlijst die is
opgenomen in de bijlage noodzakelijk.
Per artikel wordt een onderscheid gemaakt tussen het artikel, de gedragsregel in strikte zin en een daarmee
nauw verbonden toelichting.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
7
BEROEPSCODE VOOR DE MAATSCHAPPELIJK WERKER
DE ARTIKELEN
Hoofdstuk 1. Centrale waarde
1 De maatschappelijk werker bevordert het tot zijn recht komen van de cliënt in wisselwerking
met zijn omgeving. De maatschappelijk werker draagt actief bij aan een zo groot mogelijke eigen
verantwoordelijkheid van de cliënt.
Toelichting:
De maatschappelijk werker bevordert zowel het tot recht komen als het versterken van deze eigen
verantwoordelijkheid in de hulpverlening aan cliënten, binnen samenlevingsgerichte activiteiten, zoals
collectieve belangenbehartiging of middels bijdragen aan beleidsontwikkeling.
In geval van voorwaardelijke of gedwongen hulpverlening5 en hulpverlening aan niet-volwassenen moet het
tot recht komen in het juiste perspectief worden gezien. Wettelijke kaders kunnen de eigen
verantwoordelijkheid beperken.
Hoofdstuk 2. Beroepshouding
2 De maatschappelijk werker oefent zijn beroep deskundig uit, gebruik makend van
beroepscompetenties die hij voortdurend en aantoonbaar onderhoudt.
Toelichting:
De geldende beroepscompetenties staan in het actuele ‘Beroepsprofiel van de maatschappelijk werker’.
Blijvend leren en reflecteren zijn daarin essentieel (zie ook artikel 26). Door middel van inschrijving in het
Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers (BAMw) kan een maatschappelijk werker het
onderhouden van zijn deskundigheid aantonen.
3 De maatschappelijk werker toont ten opzichte van iedereen gelijke bereidheid tot het aangaan
van een professionele relatie.
Toelichting:
De context van de organisatie, of de (maatschappelijke) opdracht waarbinnen de maatschappelijk werker
werkt bepaalt in welke mate hij een professionele relatie werkelijk kan aangaan, invullen of uitbouwen. En in
welke mate hij met de organisatie de centrale waarde van het beroep kan realiseren (artikel 1).
Gelijke bereidheid impliceert dat iedereen gelijke kansen behoort te krijgen tot het aangaan van een
professionele relatie. Dit betekent dat de maatschappelijk werker ook zelf het initiatief kan nemen voor het
aangaan van een professionele relatie.
Als de maatschappelijk werker niet kan voldoen aan de vraag van de cliënt is artikel 8 van toepassing.
4 De maatschappelijk werker accepteert de Code en de hierin gepresenteerde beroepswaarden
en leeft deze na. Hiermee werkt hij actief aan het winnen en behouden van het vertrouwen in het
beroep.
Toelichting:
Acceptatie en naleving van deze Code is mede voorwaarde voor het vertrouwen dat personen stellen in het
beroep maatschappelijk werker en de beoefenaren van dat beroep. Een bestaansvoorwaarde van het beroep
is dat het in de samenleving vertrouwen geniet. De maatschappelijk werker is zich ervan bewust dat dit
vertrouwen zowel de beroepsuitoefening als het maatschappelijk leven daarbuiten betreft. Hij vermijdt
datgene waardoor het vertrouwen in het beroep wordt geschaad. Hij waakt ervoor dat zijn deskundigheid niet
wordt gebruikt voor belangen die in strijd zijn met de doelstelling van het beroep.
5 Zie verklarende begrippenlijst.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
8
Hoofdstuk 3. De verhouding maatschappelijk werker - cliënt
ALGEMEEN
5 De maatschappelijk werker heeft respect voor de persoon van de cliënt.
Toelichting:
Respect hebben en tonen betekent het herkennen en erkennen van het unieke in – en de waardigheid van -
de persoon van de cliënt. De maatschappelijk werker erkent de eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid
van handelen van de cliënt, al dan niet binnen de grenzen die door de wetgever zijn gesteld. De
maatschappelijk werker let erop dat de cliënt zijn eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid van handelen
kan overzien of dat het risico bestaat dat de cliënt door zijn keuzes in beperkende of levensbedreigende
omstandigheden terecht komt.
De maatschappelijk werker stimuleert de cliënt om tot verantwoord zelfstandig handelen te komen. Respect
tonen betekent daarnaast vertrouwen opbouwen en open communiceren en, zoals bij mensen met een
verstandelijke beperking of kinderen, ‘beschermen’.
6 De maatschappelijk werker laat na misbruik te maken van het uit zijn deskundigheid en/of -
positie voorvloeiend overwicht in de professionele relatie tot de cliënt.
Toelichting:
In de verhouding maatschappelijk werker en cliënt is de maatschappelijk werker zich allereerst altijd bewust
van het risico van een afhankelijke relatie tussen cliënt en hulpverlener. In de ene functie zal die
afhankelijkheid groter zijn dan in de andere.
Misbruik is het gebruiken van de professionele relatie voor privédoeleinden, zoals eigen materieel of
immaterieel gewin en bevrediging van eigen seksuele en/of agressieve verlangens. Het is daarbij niet
relevant of de cliënt daar in welke vorm dan ook aanleiding toe geeft.
Als de cliënt een presentje aanbiedt en de maatschappelijk werker kwalificeert dit niet als materieel of
immaterieel gewin, weegt hij wel af of het accepteren bepaalde verwachtingen kan scheppen, die van invloed
zijn op de professionele relatie. Bij twijfel heeft hij hierover altijd collegiaal overleg.
7 De maatschappelijk werker bewaakt dat de cliënt voldoende relevante informatie ontvangt
over de wijze waarop hulp kan worden geboden.
Toelichting:
De maatschappelijk werker verstrekt in de regel zelf alle relevante informatie aan de cliënt over de wijze
waarop hulp kan worden geboden. Als diens organisatie hierover informatie verstrekt, zorgt de
maatschappelijk werker ervoor dat dit daadwerkelijk gebeurt en checkt of de informatie is begrepen.
Met relevante informatie wordt bedoeld:
• De mogelijkheden en vormen van de beroepsuitoefening.
• Beleid met betrekking tot de beroepsuitoefening van de organisatie..
• Informatie over de Code en het daaraan gekoppelde Tuchtrecht.
• De (rechts)positie van de cliënt (met name in de gedwongen hulpverlening of jeugdzorg, -
hulpverlening).
• Informatie over in- of externe ketensamenwerkingsverbanden (met als consequentie dat mogelijk
meerdere professionals een relatie aan kunnen gaan met de cliënt).
• Informatie over de mate waarin en de wijze waarop de inhoud van gesprekken al dan niet aan
derden moet worden gerapporteerd of met derden moet worden besproken (bij voorwaardelijke
en gedwongen hulpverlening).
• Informatie over instellingsgeheimhoudingsplicht.
• De bereikbaarheid van de organisatie en de maatschappelijk werker.
• Collegiaal overleg.
• Privacy- en klachtreglementen.
• Rapportage, c.q. dossiervorming en registratie van cliëntgegevens.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
9
Indien van toepassing zorgt de maatschappelijk werker ervoor dat behalve of in plaats van de cliënt ook de
wettelijk vertegenwoordiger bovengenoemde informatie ontvangt. De maatschappelijk werker zorgt er – in
collegiaal verband - voor dat de realisering van dit artikel overeenkomt met de instellingsbepalingen, zoals de
kwaliteitsnormen van de organisatie.
8 De maatschappelijk werker bevordert in het geval dat hij niet (meer) kan voldoen aan de vraag
van de cliënt dat deze elders de meest geëigende hulp krijgt. Hij verantwoordt zijn beslissing
tegenover de cliënt en begeleidt zo veel als mogelijk een eventuele verwijzing.
Toelichting:
Bij het nemen van de beslissing om te stoppen met hulp of de beslissing om elders hulp te zoeken voor de
cliënt, gelden de volgende 3 toetsingscriteria:
• De doelstelling en het beleid van de organisatie.
• De professionele standaard ofwel het geheel van beroepsverplichtingen voortvloeiende uit
de aard van het maatschappelijk werk, de relatie met de cliënt en de maatschappelijke
functie van het beroep maatschappelijk werker.
• De eigen deskundigheid.
9 De maatschappelijk werker gaat op basis van overeenstemming met en instemming van de
cliënt een professionele relatie aan. De cliënt is op de hoogte van de aard van de relatie en de daarbij
behorende voorwaarden.
Toelichting:
De aard van de relatie en de daarbij behorende voorwaarden worden bepaald door de beroepsnormen
vastgelegd in de code en door het organisatorisch verband, of de (maatschappelijke) opdracht waarbinnen
de maatschappelijk werker werkt. Bij gedwongen hulpverlening of voorwaardelijke hulpverlening, wordt de
mate van overeenstemming bepaald door de voorwaarden die hierbij worden gesteld door de wetgever.
VERTROUWELIJKHEID
10 De maatschappelijk werker heeft in zijn positie als vertrouwenspersoon de plicht tot
geheimhouding van informatie over de cliënt en omstandigheden van de cliënt. Tenzij er sprake is
van wettelijke rapportageplicht.
Toelichting:
Bij het aangaan van een professionele relatie werkt de maatschappelijk werker aan het opbouwen van een
vertrouwensrelatie. De cliënt moet er op kunnen rekenen dat informatie die een vertrouwelijk karakter heeft,
geheim blijft. Dit betekent dat de maatschappelijk werker hierover zwijgt. De plicht tot geheimhouding dient
niet alleen het belang van de cliënt, maar ook het algemeen belang en dat van het beroep. Elke burger moet
zich zonder angst voor schending van de privacy, te kunnen wenden tot een maatschappelijk werker als
vertrouwenspersoon6.
6 Artikel 10 is gebaseerd op artikel 272 uit het Wetboek van Strafrecht.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
10
11 De maatschappelijk werker vraagt toestemming van de cliënt als hij aan derden informatie
over de cliënt verschaft en/of met derden overlegt om op te treden voor of namens de cliënt.
Toelichting:
Iedere keer dat de maatschappelijk werker informatie over de cliënt met derden wil delen, is toestemming van
de cliënt nodig, tenzij:
• Wettelijke bepalingen of spelregels gelden die hiervan afwijken, maar die wel bekend zijn bij de
cliënt.
• Er levensbelangen op het spel staan (zie arikel.13).
Toestemming van de cliënt betekent niet automatisch dat de maatschappelijk werker ook altijd informatie met
derden deelt (zie artikel 12).
12 De maatschappelijk werker weegt bij toestemming van het opheffen van de
geheimhoudingsplicht zorgvuldig alle belangen en waarden af om daadwerkelijk volgens die
toestemming te handelen.
Toelichting:
De cliënt kan er belang bij hebben om de maatschappelijk werker van zijn geheimhoudingsplicht te ontslaan.
Met zorgvuldig professioneel handelen en met in achtneming van wet- en regelgeving en artikelen 9 tot en
met 13 kan de maatschappelijk werker in de gegeven situatie afwegen welk belang dient te prevaleren.
13 De maatschappelijk werker handelt buiten medeweten en toestemming van de cliënt als
levensbelangen van de cliënt of van anderen ernstig worden bedreigd, of in geval de cliënt niet in
staat is zijn wil te bepalen. In alle gevallen overlegt hij met beroepsgenoten en/of andere deskundigen
en verantwoordt hij zijn handelen zoveel als mogelijk tegenover de cliënt.
Toelichting:
Met bedreigd levensbelang wordt gevaar zoals (huiselijk) geweld of andere ernstige risico’s voor het (fysieke,
psychische en/of sociale) leven bedoeld.
Als de cliënt zelf (tijdelijk) niet in staat is zijn wil te bepalen of wanneer wettelijke vertegenwoordigers en/of
naasten van de cliënt (tijdelijk) niet in staat of bevoegd zijn om namens de cliënt te handelen, is het
overnemen van de verantwoordelijkheid van de cliënt aan de orde. In dergelijke gevallen is zorgvuldig
professioneel handelen noodzakelijk, zoals professioneel overleg en een zorgvuldige interpretatie van de
situatie.
Ook dient de maatschappelijk werker wettelijke kaders en waarden en belangen die in het geding zijn af te
wegen. De maatschappelijk werker heeft het wettelijk meldrecht en de morele plicht om in deze situaties
buiten medeweten en toestemming van de cliënt.
Meldingen vinden plaats bij de bevoegde organen, zoals het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het
Steunpunt Huiselijk Geweld.
14. De maatschappelijk werker beroept zich bij de rechter op het in de Nederlandse wetgeving
neergelegde verschoningsrecht van getuigen, indien het afleggen van een getuigenis of
beantwoording van bepaalde vragen hem in strijd zou brengen met zijn plicht tot geheimhouding.
Toelichting:
Verschoningsrecht is het recht van een getuige om te weigeren antwoord te geven op vragen die door een
rechter aan hem of haar worden gesteld. In een civiele of strafrechtelijke procedure is een beroep hierop
mogelijk.
DOSSIER
15 De maatschappelijk werker verzamelt over de persoon en de omstandigheden van de cliënt en
over de voortgang van het hulpverleningsproces in het cliëntdossier gegevens die relevant zijn voor
de doelstelling van de professionele relatie.
Toelichting:
Een goede professionele gegevensverzameling in een dossier – dossiervorming - is nodig om een
verantwoord hulpverleningsproces op te bouwen en dit te kunnen verantwoorden aan de cliënt.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
11
16 De maatschappelijk werker zorgt ervoor dat vastgelegde vertrouwelijke gegevens niet
toegankelijk zijn voor personen die niet functioneel betrokken zijn bij de professionele relatie.
Toelichting:
Bij geautomatiseerde dossiervorming betekent dit dat door middel van wachtwoorden de vrije
toegankelijkheid van digitaal opgeslagen dossiers wordt voorkomen. Ook dient dit artikel in het
instellingsprivacyreglement of - kwaliteitssysteem te worden opgenomen. Het versleutelen van vertrouwelijke
informatie een gedeelde verantwoordelijkheid met collega’s.
.
17 De maatschappelijk werker verleent de cliënt en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger desgevraagd
inzage in het dossier, voor zover dit voor de cliënt of anderen geen ernstig nadeel oplevert.
Wanneer inzage in het dossier voor de cliënt ernstig nadeel oplevert, verleent de maatschappelijk
werker inzage aan een door de cliënt aan te wijzen professionele vertrouwenspersoon.
Toelichting:
De maatschappelijk werker maakt een inschatting van het mogelijk ernstig nadeel dat kan optreden bij
inzage. Middels zorgvuldig professioneel handelen,met in achtneming van wet- en regelgeving en artikelen 9
tot en met 13 weegt de maatschappelijk werker uiteindelijk af welk belang dient te prevaleren.
18 De maatschappelijk werker biedt de cliënt en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger de
mogelijkheid gegevens die zijn opgenomen in het dossier aan te vullen.
Hoofdstuk 4. Samenwerking
19 De maatschappelijk werker werkt samen met anderen binnen en buiten de eigen organisatie
wanneer een goede beroepsuitoefening hierom vraagt. In de samenwerking erkent hij de eigen aard
en waarde van de bijdrage van anderen en verstrekt hij alleen cliëntgegevens die relevant zijn voor
het doel van de samenwerking.
Toelichting:
Een belangrijk vereiste van een goede beroepsuitoefening is de samenwerking met andere personen en
instanties ter realisering van de doelstelling van het beroep. Dit kunnen professionals, vrijwilligers,
mantelzorgers of derden zijn. Bij vrijwilligers en mantelzorgers geldt bijzondere aandacht voor de positie
waarin zij werken en het belang van de maatschappelijk werker om in deze samenwerking de
beroepswaarden zo nodig te verduidelijken. Ook zijn artikelen 9 tot en met 13 van toepassing.
Waar meerdere hulpverleners van dezelfde of een andere discipline een functionele professionele relatie met
dezelfde cliënt hebben, geldt dat – als de cliënt daarvan op de hoogte is – wel gegevens kunnen worden
uitgewisseld; bijv. in geval van een instellingsgeheimhoudingsplicht.
20 De maatschappelijk werker zwijgt over de binnen de samenwerking verkregen vertrouwelijke
informatie over het functioneren van personen en organisaties, tenzij het over misstanden gaat die
het opheffen van de vertrouwelijkheid rechtvaardigen en hem tot actie verplichten.
Een beslissing hierover wordt genomen na overleg met collega’s, de organisatie en andere relevante
deskundigen.
Toelichting:
Het gaat hierom personen waar de maatschappelijk werker mee samenwerkt. De maatschappelijk werker zal
zich in het geval van misstanden moeten afvragen of het overgaan tot actie een zwaarder belang dient dan
het in acht nemen van de vertrouwelijkheid naar de samenwerkingspartner. Als de samenwerkingspartner
een maatschappelijk werker is die het belang van een cliënt en/of het vertrouwen in het beroep ernstig
schaadt is ook artikel 27 van toepassing. Indien sprake is van misstanden in relatie tot een cliënt geldt artikel
11.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
12
21 De maatschappelijk werker verleent geen medewerking aan werkzaamheden van anderen als
deze in strijd zijn met de Code.
Toelichting:
In de samenwerking met anderen geldt deze Code onverkort voor de bijdrage van de maatschappelijk
werker. De maatschappelijk werker overtuigt zich ervan of de condities aanwezig zijn voor het realiseren van
deze verplichting.
Hoofdstuk 5. De verhouding tot de organisatie
22 De maatschappelijk werker aanvaardt de organisatie waaraan hij zich verbindt als het kader
voor zijn beroepsuitoefening.
Toelichting:
De maatschappelijk werker toetst te allen tijde of de arbeidsverbintenis het realiseren van de centrale
waarde van het beroep mogelijk maakt en kadert daarmee het arbeidsterrein van de maatschappelijk werker
duidelijk af.
23 De maatschappelijk werker werkt mee aan de uitvoering van de doelstelling en de
ontwikkeling van het beleid van de organisatie. Hij toetst deze uitvoering en ontwikkeling en
mogelijke consequenties hiervan voor de eigen functie- en taakomschrijving aan de voorwaarden
voor een goede beroepsuitoefening.
Toelichting:
Het toetsen begint in de sollicitatieprocedure en blijft na acceptatie van de functie een constant
aandachtspunt. Toetsing van de functie aan de voorwaarden voor een goede beroepsuitoefening heeft
betrekking op het kunnen functioneren volgens Beroepsprofiel en deze Code.
Maatschappelijk werkers beseffen dat ze opereren in een divers krachtenveld, zoals bijvoorbeeld de grenzen
die de samenleving, inclusief wetgever en de opdrachtgever stellen. Andersom vragen zij die samenleving en
opdrachtgever om te beseffen dat ze professionele autonomie nodig hebben om samen de afgesproken
taken op een kwalitatief verantwoorde manier uit te kunnen voeren (zie ook onder ‘professionele autonomie’
in de verklarende begrippenlijst).
24 De maatschappelijk werker verstrekt het bestuur en/of de directie van de organisatie
gegevens die van belang zijn voor het ontwikkelen en evalueren van relevante onderdelen van het
beleid.
Toelichting:
Het gaat hier om het gevraagd en ongevraagd verstrekken van niet tot individuele personen herleidbare
gegevens ten behoeve van die onderdelen van het beleid welke consequenties hebben voor de
beroepsuitoefening.
25 De maatschappelijk werker legt vanuit zijn beroepsverantwoordelijkheid verantwoording af
aan de werkgever of daartoe aangestelde functionarissen over de wijze waarop hij zijn functie
vervult.
Toelichting:
De vorm en inhoud van deze verantwoordingsplicht hangt af van de positie van de betreffende
functionarissen, met inachtneming van artikel 11.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
13
Hoofdstuk 6. De verhouding tot beroepsgenoten
26 De maatschappelijk werker onderhoudt zijn beroepscompetenties in relatie tot zijn collega’s
door het blijvend en aantoonbaar:
• Opdoen en ter beschikking stellen van kennis.
• Ter discussie stellen van deskundigheid en opvattingen over de beroepsuitoefening.
• Ter toetsing voorleggen van het beroepsmatig handelen.
Toelichting:
Dit artikel benadrukt dat het voor elke maatschappelijk werker een morele en niet vrijblijvende plicht is een
(blijvend) lerende professional te zijn, artikel 2 en artikel 26 na te leven, aan na- en bijscholing te doen aan
erkende opleidingsinstituten, vakliteratuur bij te houden, continu te reflecteren met collega’s, te leren van
casussen, kennis te delen en te werken aan het vermogen tot morele oordeelsvorming7.
27 De maatschappelijk werker overlegt met een collega als hij gegronde redenen heeft dat deze
het belang van een cliënt en/of het vertrouwen in het beroep ernstig schaadt. Indien nodig overlegt
hij vervolgens met deskundige andere collega’s. Als de bezwaren blijven bestaan brengt hij die in bij
het College van Toezicht en brengt hij de betreffende beroepsgenoot op de hoogte van de genomen
stappen.
Toelichting:
Het betreft hier collega’s die de Code hebben ondertekend, zowel binnen de eigen organisatie als daarbuiten.
Het reglement voor de tuchtrechtspraak staat op www.nvmw.nl.
28 De maatschappelijk werker werkt samen met beroepsgenoten en andere relevante
deskundigen aan de professionalisering van het beroep.
Toelichting:
Anders dan in artikel 26 gaat het hier expliciet om bijdragen aan de ontwikkeling van het beroep, zoals
kennisontwikkeling en kennisdelen. Samen investeren in de toekomst van het beroep is een gedeelde
verantwoordelijkheid. Denk aan mogelijkheden binnen eigen organisatie en daarbuiten, zoals
beroepsvereniging, opleidingen of kennis- en wetenschappelijke instituten.
Hoofdstuk 7. De verhouding tot de samenleving
29 De maatschappelijk werker signaleert ontwikkelingen en gebreken in de samenleving of
instanties die zijn beroep raken. Vervolgens neemt hij hierover een standpunt in en spreekt zich
hierover uit.
Toelichting:
De maatschappelijk werker heeft de plicht om maatschappelijke feiten en ontwikkelingen die het tot recht
komen van (potentiële) cliënten belemmeren te signaleren en publiekelijk te maken, zowel in het
algemene belang als in het belang van de (potentiële) cliënt.
Het betreft hier bijvoorbeeld onderwerpen die de ontwikkeling of emancipatie van mensen in hun sociale
context belemmeren. Deze onderwerpen zijn veelal gerelateerd aan de werksituatie of het werkgebied van de
maatschappelijk werker. Maatschappelijk werkers bespreken dergelijke signalen met beroepsgenoten of
maken deze binnen de eigen organisatie of binnen de beroepsorganisatie aanhangig.
7 Zie verklarende begrippenlijst
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
14
30 De maatschappelijk werker werkt mee aan het vanuit de professie uitdragen van meningen en
het bieden van relevante informatie, die bijdragen aan de verwezenlijking van de centrale waarde en
aan het imago van het beroep.
Toelichting:
Dit artikel vloeit voort uit artikelen 1, 28 en 29. Het betreft hier een collectieve belangenbehartiging en/of
collectieve pleitbezorging, zowel in lokaal, regionaal als landelijk verband.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
15
Verklarende begrippenlijst
Deze verklarende begrippenlijst geeft de betekenis van begrippen zoals bedoeld in deze Code.
Cliënt
Een cliënt is degene die hulp krijgt van een maatschappelijk werker. Een cliënt wordt men door zelf contact
op te nemen met het maatschappelijk werk. maar het initiatief tot het contact kan ook bij de maatschappelijk
werker zelf liggen. Het begrip cliënt in de Code staat in enkelvoud, maar hiermee kunnen ook meerdere
personen worden bedoeld, zoals een (echt-)paar, gezin, familie, team, buurt of andere (leef-)groepen.
Bij jeugdigen is sprake van betrokkenheid van een ouder, opvoeder, voogd. Deze vallen niet automatisch
onder het begrip cliënt. Ook de zaakwaarnemer valt niet onder het begrip cliënt.
Cliëntsysteem
Met een cliëntsysteem wordt een groep van personen bedoeld die in het leefsysteem van de cliënt(en) een
rol speelt, maar waarvan de leden niet tegelijkertijd ook cliënt hoeven te zijn. Belangenbehartigers,
zaakwaarnemers en/of vertrouwenspersonen die in het cliëntsysteem van een cliënt zitten, zijn zelf in de
regel geen onderdeel van het cliëntsysteem.
Maatschappelijk werker
Degene die het beroep van maatschappelijk werker uitoefent conform de beroepswaarden en normen zoals
vastgelegd in de Code. Het is daarbij niet relevant of de term maatschappelijk werker terugkomt in de
functiebenaming.
‘Maatschappelijk werker’ staat in deze Code voor één persoon. In de praktijk kunnen maatschappelijk
werkers ook samen optreden naar cliënten. Maar ze blijven als individuele maatschappelijk werker
aanspreekbaar op het hanteren van de Code.
Morele oordeelsvorming
Morele oordeelsvorming betekent het zoeken naar antwoorden op ethische vragen en dilemma’s. Morele
oordeelsvorming betreft een bewuste afweging van (beroeps)waarden en normen en besef van de hiërarchie
die daarbij in een concrete situatie wordt gehanteerd.
Norm
Een norm is de wegwijzer naar een doel of waarde. Een ander woord voor norm is gedragsregel.
Professionaliteit
De professionaliteit van de maatschappelijk werker kent drie dimensies die met elkaar verweven zijn en zich
in samenhang met elkaar ontwikkelen:
1. Normatieve professionaliteit: hierin komen de beroepswaarden en -normen tot uitdrukking.
2. Technisch-instrumentele professionaliteit: hierin komen de theoretische en praktische kennis
en kunde en methodische vaardigheden tot uiting.
3. Persoonlijke professionaliteit: hierbij gaat het om de eigen persoonlijkheid, en eigen
persoonskenmerken of karaktertrekken. Denk bijvoorbeeld aan openheid, integriteit,
empathie, sociale betrokkenheid, praktische wijsheid, assertiviteit, voorkomendheid,
betrouwbaarheid en ambitie.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
16
Professionele autonomie
De handelings-, beleids- of discretionaire ruimte die de maatschappelijk werker heeft om met een mix van
normatieve, technisch-instrumentele en persoonlijke professionaliteit zorgvuldig te handelen. Professionele
autonomie impliceert eigen verantwoordelijkheid van de maatschappelijk werker om zijn functie en taken te
toetsen aan de beroepsstandaarden, Code en Beroepsprofiel, en aan de (maatschappelijke) opdracht die
aan zijn functie ten grondslag ligt. Dit doet hij zoveel als mogelijk samen met collega’s. Professionele
autonomie is geen vrijbrief om slechts naar eigen believen te handelen.
Voorwaardelijke en gedwongen hulpverlening
Voorwaardelijke hulpverlening betreft hulpverlening die als voorwaarde gesteld wordt aan cliënten die daar
(nog) geen behoefte aan hebben. Een uitkerende instantie kan bijvoorbeeld aan het toekennen van een
uitkering de voorwaarde stellen dat de cliënt ook hulp aanvaard van het maatschappelijk werk. Gedwongen
hulpverlening vindt plaats als daartoe wegens een justitiële maatregel is besloten. De hulpverlening vindt dan
niet op vrijwillige basis plaats. Voorwaardelijke en gedwongen hulpverlening kunnen naast elkaar voorkomen.
Waarde
Een waarde is een abstracte duiding van een doel, met een bepaalde (maatschappelijke) betekenis.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
17
Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers/NVMW
De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers/NVMW is hét platform en netwerk voor
ruim 4000 professionals. De NVMW is een representatieve beroepsvereniging die zichtbaar is in
de maatschappij, en met lef de collectieve belangen van maatschappelijk werkers behartigt. De
NVMW borgt de kwaliteit van het beroep, maakt kennisoverdracht mogelijk en biedt individuele
dienstverlening aan leden.
Naast de Code en het beroepsprofiel biedt het lidmaatschap van de NVMW nog veel
meer:
• Invloed op beroepsinhoudelijke ontwikkelingen (DBC’s, beroepenstructuur, beroepsprofiel) en
politieke debatten (WMO, Jeugdzorg) op landelijk niveau.
• Advies bij vragen over werk(sector) en ondersteuning.
• Toegang tot de juiste sleutelpersonen en informatiebronnen.
• Abonnement op Maatwerk, hèt vakblad voor elke maatschappelijk werker.
• Aantrekkelijke kortingen bij studiedagen en congressen.
• De NVMW-nieuwsbrief, boordevol activiteiten en actueel nieuws.
De vereniging werkt nauw samen met de MO-groep, hogescholen, opleidingsinstituten,kennisinstituten,
lectoren, hoogleraren, Beroepsvereniging Opbouwwerkers
Nederland, Belangenvereniging voor Medewerkers in de Jeugdbescherming en de Jeugdreclas -
sering, Phorza en MOVISIE voor de ontwikkeling van het beroep. Door het bestuur en de directeur
worden contacten onderhouden met de ministeries van VWS en OC&W, de Unie Zorg en Welzijn,
AbvaKabo, CNV Publieke Zaak, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de HBO-raad om de
belangen van het beroep te behartigen.
De leden zijn actief in functiegroepen die o.a. werksector specifieke functiebeschrijvingen en competenties
ontwikkelen. Leden kunnen deelnemen aan regionetwerken. De regionetwerken
organiseren studiemiddagen in samenwerking met hogescholen.
Contact:
Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers/NVMW
Leidseweg 80, 3531 BE Utrecht
E maatswk@nvmw.nl
T (030) 294 86 03
F (030) 293 92 25
Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk Werkers/BAMw
Het Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk Werkers/BAMw,
Is hét keurmerk van professionaliteit. Het BAMw is een onafhankelijke rechtspersoon die een doorlopende
garantie biedt voor het behoud en de ontwikkeling van de beroepskwalificaties van maatschappelijk werkers.
Elke vijf jaar toetst het BAMw bij geregistreerde maatschappelijk werkers of zij voldoende registerpunten
hebben behaald.
Registerpunten worden verkregen door activiteiten om beroepskennis en de kwaliteit van de
beroepsuitoefening op peil te houden, bijvoorbeeld cursussen en opleidingen, reflectie, congresbezoek,
publiceren van artikelen, voorlichting en presentatie geven over het vak. Ook het lidmaatschap van een
beroepsvereniging levert registerpunten op. Opleidingsinstituten kunnen hun aanbod voorleggen aan het
BAMw. Het BAMw beoordeelt het aanbod van de (erkende) opleidingsinstituten op kwaliteit en relevantie voor
de beroepspraktijk van maatschappelijk werkers. Het aantal registerpunten dat verbonden is aan een
opleiding wordt vermeld op de website. Instellingen die werken met beroepsgeregistreerde professionals
staan eveneens vermeld op de website. Ook treft u hier een lijst met geregistreerden.
Contact:
Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk Werkers/BAMw
T (030) 296 20 07
F (030) 293 92 25
E beroeps@BAMw.eu
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
18
INSPRAAKFORMULIER
CONCEPT BEROEPSCODE VOOR DE MAATSCHAPPELIJK WERKER
Naam:
Functie:
Organisatie:
Email:
Indien van toepassing:
Ledennummer:
De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers / NVMW heeft begin 2009 opdracht gegeven tot
herziening van de Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker.
Er zijn in de afgelopen periode veel gesprekken gevoerd met maatschappelijk werkers, deskundigen en
stakeholders. Op grond van die informatie – samengevat in de notitie ‘Meningen over de Code voor de
maatschappelijk werker’ - is een concept van de herziene beroepscode opgesteld. Dit concept legt het
bestuur van de NVMW ter inspraak aan u voor.
Het bestuur van de NVMW nodigt u van harte uit te reageren op dit concept. Uw stem is onmisbaar.
Zowel leden als niet-leden mogen reageren op dit eerste concept van de beroepscode. De beroepscode
wordt uiteindelijk vastgesteld door de leden van de NVMW.
Dit gebeurt in het voorjaar van 2010. Alle inspraakreacties worden verwerkt in een inspraaknotitie. Die wordt
eind 2009 vrijgegeven. In de inspraaknotitie leest u wat er met uw opmerkingen is gedaan.
Indien u reageert, vragen wij u in ieder geval uw naam, functie, organisatie en email te vermelden. Van leden
vragen wij ook het ledennummer.
De NVMW stelt geen vormeisen aan de inspraak. Het inspraakformulier wordt u aangeboden als handvat.
Uw reactie kunt u tot 25 november 2009 e-mailen naar inspraak@nvmw.nl of opsturen naar de NVMW,
Leidseweg 80, 3531 BE Utrecht onder vermelding van Inspraak Code.
Waarop kunt u letten
De Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker is geschreven voor maatschappelijk werkers in brede zin.
De opstellers van het concept zijn in ieder geval benieuwd of u – vanuit dit perspectief- het voorliggende
concept duidelijk, begrijpelijk en toepasbaar vindt.
Daartoe hebben de opstellers van het concept een aantal vragen geformuleerd. Daarnaast hebben de
opstellers nog enkele concrete vragen aan u. U vindt deze aan het einde van het inspraakformulier.
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
19
INSPRAAKREACTIES
Wat vindt u van de:
Inleiding
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
Verklarende begrippenlijst (zie na de artikelen)
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties
Artikel
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
Artikel
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
20
Artikel
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
Artikel
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
Artikel
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
Artikel
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
Artikel
Duidelijkheid:
Eventuele aanvullingen:
Tekstsuggesties:
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
21
Vraag 1 (relevant voor de openingsalinea in de inleiding en artikel 1)
In de eerdere beroepscodes en ook in het Beroepsprofiel van de maatschappelijk werker werd / wordt
gesproken over personen (en niet over cliënten). Er is een discussie ontstaan of er in de nieuwe
beroepscode over de cliënt of in algemene zin of over personen moet worden gesproken.
Oud: De maatschappelijk werker bevordert het tot zijn recht komen van personen
Concept: De maatschappelijk werker bevordert het tot zijn recht komen van de cliënt (zie verklarende
begrippenlijst)
Argumenten:
Pro ‘cliënt’ : de beroepscode biedt bescherming aan maatschappelijk werkers en cliënten. Het geeft
bovendien duidelijk aan dat maatschappelijk werkers met cliënten werken.
Contra ‘cliënt’ : maatschappelijk werkers werken niet alleen in uitvoerende maar ook aan samenlevingstaken,
managementtaken, het begeleiden van vrijwilligers of voorlichtingsfuncties. Dan spreek je niet over cliënten.
Pro ‘personen’ : hiermee geeft het beroep zijn algemeen ideaal aan: stimuleren dat personen zo goed
mogelijk tot recht komen.
Contra ‘personen’: de brede betekenis van het woord personen in artikel 1 zou een probleem op kunnen
leveren voor de toetsbaarheid van de code (bijvoorbeeld door het tuchtrecht). Kan immers dan niet iedere
willekeurige persoon een willekeurige maatschappelijk werker aanklagen, indien hij vindt dat hij niet is
geholpen met het tot zijn recht komen.
Wat vindt u?
0 In de openingsalinea en in artikel 1 moet worden gesproken over personen
0 In de openingsalinea en in artikel 1 moet worden gesproken over cliënten
0 Geen voorkeur
Uw toelichting:
Vraag 2:
De artikelen 10 tot en met 14 handelen over vertrouwelijkheid. Er zijn ook andere opties mogelijk. Graag wil
de NVMW van u weten wat u een logische volgorde vindt.
0 Maakt mij niets uit, er zit immers geen hiërarchie in de artikelen
0 Huidige volgorde (10, 11, 12, 13, 14)
0 Gewijzigde volgorde (10, 13, 11, 12, 14)
0 Gewijzigde volgorde, namelijk:
Uw toelichting:
CONCEPT Beroepscode voor de Maatschappelijk Werker - Inspraakversie (C4b)
22
Vraag 3:
Is het voor u voldoende duidelijk dat er geen hiërarchische volgorde zit in de artikelen en dat u de artikelen in
onderlinge samenhang moet zien en wegen?
0 Ja
0 Nee, graag meer aandacht hiervoor in de inleiding
Uw toelichting:
Vraag 4:
Mist u specifieke zaken waarvan u vindt dat ze in de beroepscode thuishoren?
0 Nee
0 Ja, namelijk:
Vraag 5:
Heeft u interesse voor een training “Werken met de Beroepscode in de dagelijkse praktijk”. De NVMW wil
vanaf het najaar 2010 starten met een aanbod hierop.
0 Ja
0 Nee
0 Weet niet
Uw toelichting:
Hartelijke dank voor uw reactie!

Wegens onderhoud is het op dit moment niet mogelijk om in te loggen. Excuus voor het ongemak



Een ogenblik geduld a.u.b.