Samenvatting

‘Jaarlijks zijn er rond de 24 000 mensen met ernstige psychiatrische problemen die geen contact hebben met de hulpverlening. Ze zijn niet opgenomen en doen vaak ook geen beroep op andere vormen van hulp.
Voor naar schatting 8000 van deze mensen is er daarbij sprake van geregeld optredende acute nood, bijvoorbeeld door verergering van ziekteverschijnselen, zoals wanen of hallucinaties, al dan niet in combinatie met verslavingsproblemen. Vaak hebben deze patiënten ook grote sociale problemen, zoals geen onderdak en gebrek aan voedsel en geld. Ze verzorgen zichzelf slecht en hebben vaak geen contact met familie.
Deze groep van naar schatting 8000 mensen krijgt of zoekt vaak niet de zorg die hulpverleners, familieleden en andere betrokkenen noodzakelijk achten. Soms is er sprake van overlast voor de omgeving. Maar mensen kunnen ook vereenzamen en verkommeren, soms zichtbaar op straat, vaak zonder dat anderen dit waarnemen’. (Gezondheidsraad 2004: publicatie nr. 2004/10).

In hetzelfde rapport van de gezondheidsraad luidt het advies dan ook:

‘Moeilijk bereikbare patiënten die niet in staat zijn gebruik te maken van de bestaande voorzieningen of zich hebben afgewend van de hulpverlening moeten actief benaderd worden. Deze zogenoemde bemoeizorg heeft zich recent al ontwikkeld, maar kan nog verder uitgebouwd worden. Hulpverleners moeten daarbij hun doelen bijstellen. Contact leggen en houden is al een belangrijk succes. (Gezondheidsraad 2004: publicatie nr. 2004/10).

Opvattingen over outreachend werk binnen het AMW.

Een beschrijvend onderzoek in Lund (Zweden) en in Utrecht.

Door Venu Nieuwenhuizen

Bijlage