Inspirerend congres van springlevende 60-jarige NVMW

Het waren historische woorden die Evelien Tonkens sprak op het jubileumcongres van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW): "De ideologische herwaardering van de professionaliteit is een feit, maar dat is het nog niet op de werkvloer". Daarmee zette zij de toon van dit congres: ‘het gaat goed met de professionalisering van de maatschappelijk werker, maar er is nog veel werk te verzetten.' Tonkens: "De professionals zullen uit het defensief moeten komen en met een democratische professionaliteit de horizontale verantwoording van het werk moeten versterken!"

Woensdag 14 november vierde de NVMW haar zestig jarig bestaan in een ambachtelijke ambiance: De FabriQue in Maarssen. Een sfeervolle locatie, waarin met name Prof.dr. Geert van der Laan zich wel thuis voelde met zijn recente publicatie ‘Maatschappelijk werk als ambacht', waarin hij pleit voor een herwaardering van het ambachtelijk werken in het maatschappelijk werk (SWP, 2006). Helemaal in de lijn van Evelien Tonkens, hoogleraar Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam en bekend publiciste (o.a. met wekelijkse columns in de Volkskrant). Zij hield een gloedvol betoog over de herwaardering, maar tegelijkertijd hervorming van de professionaliteit.

Ideologische herwaardering professional
"Tot de jaren zeventig was de professie zelf de dominante factor in dit werk. In de jaren tachtig was het de bureaucratisering die het werk steeds meer beïnvloedde. En daarna was het marktdenken de dominante factor". Van diverse kanten belichtte Tonkens de diverse invloeden op het werk. Want alle drie factoren gelden als actuele ‘waarden' voor de professional van heden. Als het gaat om de werkwijze, dan zijn de volgende typeringen herkenbaar:
markt: productie, concentratie op makkelijke cliënten, concurrentie op kosten
bureaucratisering: registratie, gelijke behandelingen, procedures
professionaliteit: diagoog, concentratie op moeilijke cliënten, samenwerking en concurrentie op kwaliteit.   
Tonkens noemde als typeringen voor sturing en verantwoording:
markt: vraagsturing, afrekenen op prestatie, minimum aan regels
bureaucratisering: proceduresturing, hiërarchie, procescontrole, protocollen als dictaat
professionaliteit: dialoog sturing, collegiale verantwoording en protocollen als hulpmiddel.
Professionals staan sinds de jaren zeventig onder vuur: ze werden als ondemocratisch betiteld en ze zouden op een autoritaire manier aanspraak maken op deskundigheid. De marktwerking en bureaucratisering vormden een bedreiging van die professionaliteit. "Maar", zegt Tonkens, "we moeten niet terug naar de jaren zeventig, niet terug naar de autoritaire professional, maar een ideologische herwaardering van de professional realiseren". Die herwaardering is volgens Tonkens vooral nodig op de werkvloer in organisaties, want op beleids-, overheids- of wetenschappelijk niveau is die herwaardering al lang uitgesproken.

Professie moet revitaliseren
Tonkens is optimistisch, zij ziet een uitweg voor de professional van nu. Zo moet de professie democratiseren en nieuwe vormen van zeggenschap en verantwoording realiseren. Ook moet de professie vooral revitaliseren; in ziel en zin; wat is de morele opdracht, het publiek belang?  De uitkomsten moet het duidelijk uitdragen.
Ook moet de sector de zeggenschap moderniseren. Waar in de markt een onderzoek op gebied van cliënttevredenheid - met van te voren bekende uitkomsten - al werkt, in de bureaucratisering inspraakprocedures en cliëntenraden gelden, gaat het in de professionele benadering vooral om leren en de informele dialoog. "Geef cliënten zeggenschap over zaken waar zij expert in zijn, zoals bejegening, en hoe het is om lang met een probleem te moeten leven."
Tonkens is ook optimistisch omdat managers en professionals meer gemeen hebben dan wordt verondersteld. Tegelijkertijd geeft ze aan dat alle neuzen dan wel dezelfde richting moeten uitwijzen: de macht van derden terugdringen en de professionaliteit versterken. Artsen zeggen dat zij alleen over de kwaliteit van hun vak gaan. Dat moeten maatschappelijk werkers ook zeggen. Dat kan alleen maar als je je duidelijk naar elkaar verantwoordt. Dat je leert in lerende organisaties. Dat je elkaar visiteert. Dat je ‘pottenkijkers' binnenhaalt om het werk transparant te presenteren. Want nu zijn de blikken nog te veel naar boven, naar het management gericht.  
Cruciaal is kortom: als professionals zich niet meer op een marktconforme manier of op een bureaucratische wijze willen verantwoorden, moet je wel de vraag ‘Hoe wil je je wel verantwoorden?' duidelijk kunnen beantwoorden. Tonkens gaf munitie genoeg mee: "‘Versterk de horizontale verantwoording".

Meer professionele verantwoordelijkheid verhoogt effectiviteit!
Hoewel Geert van der Laan, bijzonder hoogleraar maatschappelijk werk, op dezelfde lijn als Tonkens zit, relativeerde hij wel haar optimisme: "Ik ben er niet helemaal gerust op, dat het de goede kant op gaat met het ambacht". Ook hij kijkt daarbij naar de omgeving van de professionals. Of zoals hij ook al in zijn boek schrijft: ‘Consequente bottom-up sturing is voor veel organisaties bedreigend. Managers hebben over het algemeen behoefte aan beheersbaarheid, planmatigheid, voorspelbaarheid, zekerheid en continuïteit.' Van der Laan meent daarom dat organisaties naar sturingsinstrumenten grijpen die de beheersing en controle van het gehele ‘productieproces' mogelijk maken.
Evenals Tonkens benadrukt Van der Laan dat de ‘professionele logica' in kringen van beleidssociologen, overheden, etc. in de belangstelling staat. Daarom is het inderdaad nu van belang dat professionals in het offensief gaan. Hij gaf met twee voorbeelden uit de praktijk aan dat dit realiteit kan zijn. Voorbeelden die duidelijk maken dat moderne professionele normen bepalend zijn en niet drukverhogende marktnormen. Voorbeelden ook waarin uitvoerend werkers vanuit een eigen professionele verantwoordelijkheid en verantwoording werken. Gevolg is dat deze voorbeelden op effectiviteit en productie juist hoog scoren! Over ‘Goede praktijken' - de titel van het congres - gesproken.

Leren van goede gevallen
Leren van goede gevallen. Evelien Tonkens benadrukte het, Geert van der Laan benadrukte het en ook Lia van Doorn benadrukte het. Lia van Doorn is lector Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening aan de Hogeschool Utrecht. Ook zij gaf het belang van blijvend leren aan. Daarvoor is het nodig om de kloof tussen onderzoek en praktijk te dichten. Daarbij hebben Hogescholen een belangrijke rol. Zij leiden de nieuwe professionals op en staan voor praktijkgericht onderzoek en het verspreiden van kennis. De lectoren social work in Nederland verenigen zich en presenteren zich o.a. op een congres ‘De kern en kracht in zorg en welzijn' op 15 mei 2008. De rode draad van dat congres is dezelfde als van dit jubileumcongres: ‘Er lijkt weinig tijd meer voor het eigenlijke ‘vakwerk', en evenmin voor reflectie en (bij)scholing. Intussen is er een tegenbeweging op gang gekomen. Er is een roep om meer ruimte voor het eigen professionele handelen. Maar ook om meer ruimte voor professionalisering, het constant werken aan kwaliteitsverbetering door middel van reflectie, studie en competentieontwikkeling'. Lees hierover verder op www.kerncongres.nl/  

Jarig
De zestigjarige NVMW is springlevend. En lijkt zich als voorbeeld voor de eigen achterban  te revitaliseren. Zoals directeur Iris Leene al in de congresuitnodiging schreef, is deze beroepsvereniging trots op haar jubileum en trots op de goede praktijken die het in diverse workshops deze dag kon presenteren. En 's morgens had voorzitter Theo Roes eveneens vol trots en ambitie al het vierduizendste lid verwelkomd. Dan doet het de beroepsvereniging natuurlijk extra goed dat de staatssecretaris van VWS, Jet Bussemaker, bij monde van haar directeur Maatschappelijke Ondersteuning de heer Kees van den Burg, de jarige duidelijk maakt dat zij zeer hecht aan een sterke beroepsvereniging. En in samenwerking wil inzetten op kwaliteit van de professionals. De NVMW staat er goed op in ‘Den Haag'. Daarbij feliciteerde VWS de NVMW niet alleen, maar complimenteerde het met name voorzitter Theo Roes, die als actieve belangenbehartiger de professie maatschappelijk werk in Den Haag prominent op de kaart weet te zetten.
Info: zie ook de (vernieuwde) website van de NVMW: www.nvmw.nl/

Opmerking:
Het doet CasusConsult uiteraard goed dat tijdens dit congres ook de nadruk wordt gelegd op het belang van leren van gevallen en horizontale verantwoording. De grondgedachte van CasusConsult is nu juist te stimuleren dat professionals beter gebruik kunnen maken van elkaars ervaring en kennis in hun vakgebied. CasusConsult biedt - naast de interne feedback mogelijkheden in instellingen - een extra feedback mogelijkheid. Maar wel één met extra meerwaarde vooral.
Het centrale doel van CasusConsult is dat agogisch werkers op de werkvloer feed-back krijgen op hun handelen. Dat betekent in de praktijk dat, als een hulpverlener een nieuwe casus invoert in een (bestaand) informatiesysteem gekoppeld aan CasusConsult of rechtstreeks in CasusConsult, dat CasusConsult (via het automatisch zoeksysteem op herkenbare hulpverleningstermen) vergelijkbare casussen en relevante literatuur, etc. op het scherm toont, doorklikt naar websites met voor het onderhavige geval ter zake doende informatie, of informatie verschaft over interessante methoden, praktijkrichtlijnen, cursussen of projecten. Maar vooral dat professionals op elkaars aanpak kunnen reageren. En met een bredere horizon dan de (soms voorspelbare) reacties in eigen team. 




Een ogenblik geduld a.u.b.