Het valt op dat het in de vele reacties over het seksueel misbruik in de jeugdzorg zo weinig over moreel besef en beroepsethiek gaat. Zoals columnist Pieter Hilhorst in de Volkskrant (9 okt. 2012) schrijft is het vooral belangrijk dat werkers in de jeugdzorg en jongeren elkaar aanspreken op gedrag. Hilhorst maakt een terecht punt en onderstreept met zijn visie de noodzaak van meer aandacht voor moreel besef. Jeugdzorgwerkers (en alle andere sociaal werkers) zullen zich meer bewust moeten zijn van hun morele identiteit en hun professionele plicht om hun handelen ter toetsing aan collega’s voor te leggen of elkaar aan te spreken bij vragen over ethisch en methodisch handelen.
In de trainingen over beroepsethiek valt het regelmatig hoe weinig sociaal werkers zich bewust zijn van het belang van de morele dimensie in hun werk of van hun professionele verantwoordelijkheden voortkomend uit hun ethische beroepscode.
De nieuwe Beroepscode voor de jeugdzorgwerker (NVMW 2012), die nu wordt uitgerold over het land, vormt een mooi startsein om de morele dimensie en beroepsethiek in opleiding en werkveld meer prioriteit te geven, meer aan morele oordeelsvorming te doen en meer ‘moresprudentie’ bij te houden en te leren van gevallen. Natuurlijk is dit niet dè allesomvattende oplossing voor seksueel misbruik, maar wel voor een groter besef van de eigen morele en professionele identiteit en daarmee van meer openheid en discussie onder professionals. Een belangrijke voorwaarde om in een open cultuur collegiale toetsing de morele dimensie te geven die noodzakelijk is. Het besef dat de beroepscode in de jeugdzorg daarbij een onmisbare onderlegger is, is nog lang niet doorgedrongen in de jeugdzorg.
Het gaat kortom om meer dan ‘een betere screening’ en ‘meer veiligheidsregels’, zoals de commentaren aangeven.
Lees HIER de Beroepscode voor de jeugdzorgwerker