Het blad Zorg+Welzijn geeft in een interview met Fred Spijkers (maart 2011) een verkeerde voorstelling van zaken over het ‘verschoningsrecht’. Daarmee bevestigt het blad helaas een veelvoorkomend misverstand: verschoningsrecht is iets anders dan zwijgplicht!
Daarnaast had de weigering van Spijkers om de weduwe van een militair voor te liegen over de doodsoorzaak van haar man, op zich niets met privacy, zwijgplicht, laat staan met verschoningrecht te maken, maar alles met (andere) beroepsethische waarden en normen.
Spijkers destijds en veel maatschappelijk werkers en managers nu weten veel te weinig over de beroepscode. Er is veel meer aandacht nodig voor alle implicaties van de beroepscode voor de werkuitvoering en de relatie met de werkgever!

In Zorg+Welzijn (maart 2011) staat een interview met Fred Spijkers, de bedrijfsmaatschappelijk werker bij Defensie die een kwart eeuw geleden weigerde om een weduwe van een militair voor te liegen over de dood van haar man. Volgens een voorpublicatie op de website van Zorg+Welzijn pleit Fred Spijkers voor verschoningsrecht voor maatschappelijk werkers: 'Ik moest bij een generaal van de marechaussee verschijnen. Hij wilde alles weten over het gezin van mijn cliënt, de omgekomen mijnexpert uit 1984. Ik zei: "Nee, dat vertel ik niet".' Daarmee overtrad Spijkers allerlei ongeschreven regels. Hij werd er op gewezen dat maatschappelijk werkers bij Defensie dienstopdrachten moeten uitvoeren. 'Artsen, dominees en advocaten hebben verschoningsrecht, maatschappelijk werkers niet. Ik kon nergens op terugvallen.' Aldus het interview in Zorg+Welzijn.
Niets dan lof voor Fred Spijkers. Ik heb eerder op deze site geschreven dat de beroepsgroep hem zou moeten eren.
Maar in Zorg+Welzijn wordt in het interview helaas een verkeerde voorstelling van zaken gegeven over het ‘verschoningsrecht’. Jammer dat Zorg+Welzijn dit niet eerst heeft geverifieerd, want zo wordt een veelvoorkomend misverstand bevestigd: een verschoningsrecht is iets anders dan zwijgplicht!
Met een ‘verschoningsrecht’ zou Spijkers destijds bij zijn meerderen weinig zijn opgeschoten. Want een verschoningsrecht geldt slechts tegenover de rechter! Voor Spijkers gold ook in 1984 al een zwijg- of geheimhoudingsplicht tegenover alle anderen – dus ook zijn leidinggevenden! -, zoals dat in de beroepscode voor de maatschappelijk werker toen al stond omschreven.
Spijkers zegt tegenover Zorg+Welzijn dus ten onrechte dat hij nergens op kon terugvallen. Ook anno 2011 weten veel maatschappelijk werkers helaas te weinig over hun eigen beroepscode. Zij zelf, werkgevers en opleidingen zouden hier veel meer aandacht aan moeten geven! Elke maatschappelijk werker moet zijn leidinggevenden informeren over zijn beroepscode en dus ook over de implicaties van de geheimhoudingsplicht en andere beroepsnormen.
Als trainer van de NVMW-training over het ‘Werken met de nieuwe beroepscode’ signaleer ik dat veel maatschappelijk werkers onder druk staan; zij menen dat ze steeds minder volgens de algemeen geldende beroepswaarden (inclusief Beroepscode) kunnen werken. Bijvoorbeeld door bureaucratie of door financiële, commerciële ontwikkelingen. "Als het je niet aanstaat ga je maar weg", is de reactie van sommige werkgevers (in zekere zin vergelijkbaar met de meerdere van Spijkers die zei dat hij dienstopdrachten moest uitvoeren). Werkgevers beseffen blijkbaar niet dat ze met de aanstelling van maatschappelijk werkers (ook niet-geregistreerde maatschappelijk werkers!) impliciet hun beroepscode – en daarmee hun geheimhoudingsplicht – aanvaarden! Als een cliënt een maatschappelijk werker aanklaagt bij de rechter vanwege het schenden van de zwijgplicht, zal deze hem/haar wijzen op de geldende beroepsnormen, zoals omschreven in de beroepscode. Als de maatschappelijk werker dan wijst op een ‘dienstopdracht’ dan komen zowel maatschappelijk werker als werkgever daar m.i. niet mee weg bij de rechter.
Het pleit voor Fred Spijkers dat hij tegen de dienstopdracht in zich heeft gehouden aan zijn ‘zwijgplicht’; waarvan hij zich dus blijkbaar niet bewust was dat hij die had…
Slotopmerking: behalve het feit dat Spijkers tegenover zijn meerdere terecht zweeg over het gezin van de cliënt spelen hier nog andere essentiële beroepethische aspecten mee. Want het feit dat Spijkers weigerde om de weduwe voor te liegen over de doodsoorzaak van haar man, had op zich niets met privacy, zwijgplicht, laat staan met verschoningrecht te maken, maar alles met beroepsnormen als het bevorderen dat mensen tot hun recht komen (art. 1) en het respecteren van de persoon van de cliënt; dat betekent ondermeer betrouwbaar zijn (art. 5). Vanuit die beroepsethische normen zou – net als Spijkers – geen maatschappelijk werker een cliënt normaliter voorliegen over de doodsoorzaak van een echtgenoot.
Conclusie: er is veel meer aandacht nodig voor alle implicaties van de beroepscode voor de werkuitvoering en de relatie met de werkgever!

Literatuur:
- Beroepscode voor de maatschappelijk werker (NVMW – 2010)
- Brochure ‘Geheimhouding & Privacy’ (NVMW- 2010).

PS Vorenstaande reactie heb ik ook op de site van Zorg+Welzijn gegeven: http://www.zorgwelzijn.nl/web/Actueel/Nieuws/Regelen-verschoningsrecht-maatschappelijk-werk-is-mooie-taak-voor-NVMW.htm