28-02-2011: Revalidatiearts Meihuizen-de Regt meent dat hulpverleners praten over seksualiteit op elkaar afschuiven: de specialist vindt dat hij dit beter aan de verpleegkundige kan overlaten; de verpleegkundige meent dat dit bij de maatschappelijk werker thuishoort; die denkt op zijn of haar beurt dat seksualiteit en relaties nu echt iets is voor de psycholoog; en de psycholoog meent dat de arts hierover moet praten omdat de vragen en problemen samenhangen met de ziekte van de patiënt. Toch zeggen mensen met een chronische ziekte of lichamelijke beperking dat zij het prettig hadden gevonden als een arts of een maatschappelijk werker hier uit zichzelf naar had gevraagd.
Uit de verschillende presentaties tijdens het congres ”Me, my body and you”, bleek dat van alle patiënten met een chronische ziekte of een handicap slechts 10 procent als puber of jongvolwassene ooit met een arts of een maatschappelijk werker heeft gesproken over de gevolgen van zijn of haar aandoening voor het aangaan van een relatie of voor seksualiteit en het krijgen van kinderen.
Verschillende personen bevestigen het beeld dat hulpverleners er meestal niet over spreken, of dat de patiënt het zelf aan de orde moet stellen. Maar niet iedereen durft dit. „De jongere wacht op ú”, is daarom de boodschap die Meihuizen meegaf aan de hulpverleners op het symposium.
Bron: Reformatorisch dagblad

Meer info: http://www.seksmeteenhandicap.nl/ 

Klopt de opmerking dat de bespreking van seksualiteit nog steeds een taboe is onder hulpverleners, m.n. maatschappelijk werkers en sociaal agogisch werkers? Graag je reactie onder Discussies rechtsboven (alleen voor deelnemers van kennisgroep Professionalisering Maatsch. Werk): 'Praten over seks nog steeds taboe?'