‘Instellingen laten hun professionals in de kou staan’
13-11-2008: Tijdens het Welzijnsdebat ‘Moraliseren moet’ op 13 november 2008 stond de vraag centraal: ‘Mogen of moeten hulpverleners moraliseren?’
In dit door het blad ‘Zorg+Welzijn’ en ‘Verdiwel’ georganiseerd debat werden prikkelende uitspraken gedaan. Een aantal daarvan op rij:

Lia van Doorn, lector Innovatieve dienstverlening aan de Hogeschool van Utrecht:

·         Instellingen in zorg en welzijn laten hun professionals moreel in de kou staan als het gaat om morele oordeelsvorming

·         We verwachten van professionals dat die ingrijpen als het mis gaat, maar wat is ‘mis’?

·         Professionals hebben te maken met impliciete normering, zonder dat de samenleving het mandaat bepaalt.

·         Bij excessen gaat de samenleving wel morren.

·         Moraliseren moet, maar wel zorgvuldig.

·         Professionals kunnen grotere rol spelen bij morele vraagstukken. Zij zijn de voorlopers in ethische discussies; zij moeten heikele punten inventariseren.

·         De noodzaak om professionals te ondersteunen bij morele oordeelsvorming zal alleen maar toenemen.

Hans Boutellier, directeur Verwey-Jonker Instituut en hoogleraard Veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit:

·         De publieke moraal heeft zich georganiseerd op wat we afwijzen; terwijl we niet meer weten wat we wel willen.

·         We verwachten te veel van professionals.

·         De samenleving, i.c. de manager en de wethouder moet de professionaliteit richting geven: de normatieve en ethische grenzen aangeven.

·         Maar dit is geen thema in organisaties.

·         Als het werk zelf geen normatieve richting aangeeft, laten wet het over aan de politie op het moment dat er gecorrigeerd wordt.

·         Organiseer vanuit professionele normen tegenkracht ten opzichte van de door de overheid aangegeven (disciplinerende) richting.

 

Ben Ottens, directeur van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening en welzijn:

·         Ja, we moeten meer gaan reflecteren aan de hand van casussen!

·         We moeten op instellingsniveau daar mee beginnen.

 

Tineke van Uden, voorheen Maatschappelijk Werk DommelRegio:

·         Outreachende hulpverlening wordt steeds meer ingezet om mensen in het gareel te krijgen, om te disciplineren.

·         Hulpverleners moeten vaker moreel stelling nemen tegen beleidsmakers en opdrachtgevers: in het belang van de cliënt en het vak.

 

Christa Vonkeman, voorzitter Verdiwel (vereniging directeuren welzijnsinstellingen):

·         Als je een wens hebt voor een keukeninrichting zegt de keukenboer ook duidelijk of die wens gerealiseerd kan worden. Zo moet het ook met het welzijnswerk: professionals moeten de grenzen aangeven.

 

Een zeer interessante en levendig Welzijnsdebat was het. Voer voor meer discussie. Discussie die Lia van Doorn eerder al was gestart, toen zij in Zorg+Welzijn pleitte voor ‘Moresprudentie’.

Moresprudentie
Professionals staan er vaak alleen voor wanneer zij hulp verlenen ‘achter de voordeur’. Zij worden steeds vaker op pad gestuurd om zich te bemoeien met mensen in de privésfeer. Maar wie bepaalt wat goed is? Wanneer de organisatie globale richtlijnen geeft en ergens voor staat, geeft dat houvast aan de professional, stelt de lector. Die ijkpunten krijgen vorm door bijvoorbeeld met collega’s verschillende cases te bespreken.
Van Doorn: ‘Professionals kunnen hun morele oordeelsvorming met elkaar scherper krijgen, door ethische kwesties te bespreken en samen vanuit verschillende perspectieven naar dilemma’s te kijken. Zo vormen ze met elkaar ijkpunten, dat biedt hun houvast bij hun werk.’ Vergelijkbaar met juristen die jurisprudentie bespreken, zou er ook een
moresprudentie moeten komen. Hierbij slaat mores op moraal, aldus Van Doorn. 
Het probleem is echter dat er weinig tijd is voor reflectie. ‘De volle caseload en het feit dat veel hulpverleners ‘doeners’ zijn en meteen aan de slag willen, maakt het soms lastig om tijd te maken voor reflectie en overleg met collega’s. Tegelijkertijd halen professionals juist hun voldoening uit ingewikkelde situaties met cliënten, waarbij er zich dilemma’s voordoen, stelt Van Doorn.
‘Hier kunnen ze hun tanden inzetten. Het is juist hun drijfveer om mensen te helpen als het erop aankomt, op het scherpst van de snede. Dat is precair werk, daarbij hebben ze ondersteuning nodig.’ 

Bron: Zorg+Welzijn. In dit blad meer ook over het Welzijnsdebat over 'Moraliseren moet': Zorg+Welzijn

Tip:  Kenniscentrum Sociale Innovatie: Openbare les ‘Sociale professionals en morele oordeelsvorming’ door lector Dr. Lia van Doorn

Opmerking: CasusConsult biedt hulpverleners de mogelijkheid om in kennisgroepen casussen te bespreken. En op een verantwoorde manier ijkpunten te vormen voor het werk. Als hulpverleners, aanvullend op de verbale mogelijkheden in eigen organisatie, met collega's in het land dergelijke kennisgroepen zouden vullen, dan zou dat helpen bij de morele oordeelsvorming in bijzondere situaties: dat leidt inderdaad tot 'moresprudentie' (middels o.a. de automatische archivering van CasusConsult).
Zie voor meer info over CasusConsult deze site.