"Beroepsgroep - en niet de instelling - moet methode van hulpverlening bepalen"
In een debat over professionalisering van het maatschappelijk werk bepleiten wetenschappers, managers en directeuren van AMW-instellingen dat de professionals zelf bepalen welke methoden ze gebruiken. Geconstateerd wordt dat nu instellingen werkers voorschrijven welke methoden worden gebruikt. Hoogleraar Van Nijnatten: "Een directeur van een ziekenhuis bemoeit zich toch ook niet met chirurgische methoden. Dat bepalen professionals zelf."
 
Het debat, georganiseerd door de MOgroep, vond mede plaats als reactie op een oproep op deze site. In de oproep werd gesteld dat de twee bijzonder hoogleraren maatschappelijk werk in Nederland - Carol van Nijnatten en Geert van der Laan - opvallend eensgezind pleiten voor meer aandacht van de professionalisering van deze werksoort. Beiden zetten eerder al de nodige vraagtekens bij de gevolgen van marktwerking voor het professioneel werken binnen organisaties. En als het gaat om kwaliteitszorg en certificering wijzen beiden er op dat dit te weinig zou gebeuren vanuit professioneel perspectief.  Op deze site werd eerder gesteld:  ‘De discussie wordt nu slechts aangevoerd door twee bijzonder hoogleraren maatschappelijk werk. Waar blijven de reacties van de managers en professionals?'. In het nu door de MOgroep georganiseerde debat ontbraken de professionals nog. Bovendien waren Iris Leene, directeur van de NVMW, en bijzonder hoogleraar Geert van der Laan, wegens ziekte verhinderd.

Empowerment
Van der Laan pleit regelmatig voor een terugkeer van het persoonlijke ambachtelijke werk. Collega hoogleraar Van Nijnatten - op eenzelfde lijn - zei in het debat: "De nauwe omschrijving van normen beperkt de professionele ruimte van maatschappelijk werker en ondermijnt hun autonomie. In het verlengde van de overheid vertellen ze hun cliënten wat zij moeten doen, terwijl ze hen juist weerbaarder zouden moeten maken. Empowerment van de cliënt kan niet zonder empowerment van de maatschappelijk werker. Zoals adolescenten zich losmaken van hun ouders door zich te richten op hun leeftijdsgenoten,  zo zouden maatschappelijk werkers hun autonomie kunnen vergroten door zich te richten op hun vakgenoten.
Manager Ineke Huibregtsen meent dat maatschappelijk werkers zich vooral beperkt voelen in hun professionele ruimte door de werkdruk, niet door protocollen. Haar collega Nicole Centeur vraagt zich af of het beeld van de maatschappelijk werker zoals door de hoogleraren geschetst in de praktijk wel klopt: "Zijn er mythes en vooroordelen? Moeten we een beter beeld krijgen van de professionals en wat zij nodig hebben om hun werk goed te doen?"

Vragen van managers
Managers stellen in het debat vragen over hoe om te gaan met de professional: "Mag ik als werkgever professionals voorschrijven welk model het best bruikbaar is?" Waarop Van Nijnatten antwoordt: "Een directeur van een ziekenhuis bemoeit zich toch ook niet met chirurgische methoden. Dat bepalen professionals zelf."
Een andere manager: "Hoe krijg je het als werkgever voor elkaar dat maatschappelijk werkers met elkaar informatie en ervaringen gaan uitwisselen, lid worden van de beroepsvereniging en zich laten registreren?" Van Nijnatten hierop: "Belangrijk is het beter aanbieden van kennis over wat werkt en supervisie door oudere professionals aan jonge maatschappelijk werkers". Daarbij merkt Van Nijnatten op dat van professionals verwacht mag worden dat zij zelf op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen op hun vakgebied en uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Geven professionals aan wetenschappers de ruimte om feedback te geven op hun handelen? Van Nijnatten geeft zelf het antwoord: "Maatschappelijk werkers staan hier steeds meer voor open."

De MOgroep zet het debat voort door voor een volgende discussie ook de beroepsvereniging, maatschappelijk werkers en de HBO-opleidingen uit te nodigen.
Bron: ‘Maatschappelijk werkers als autonome beroepsgroep', Vangnet, maart 2008 / http://www.amw-vangnet.nl/  

Commentaar:
Prima natuurlijk dit debat. Maar een debat over professionals zonder professionals kan niet. Zo'n debat lijkt exemplarisch voor de vaak genoemde afstand tussen management en werkvloer. En die afstand lijkt vervolgens weer bevestigd te worden door de managers die zeggen vragen te hebben over hoe om te gaan met professionals:
- "Mag ik als werkgever professionals voorschrijven welk model het best bruikbaar is?";
-  "Op welke manier kunnen instellingen voorwaarden scheppen zodat maatschappelijk werkers zich gaan professionaliseren en emanciperen?" en:
-  "Hoe krijg je het als werkgever voor elkaar dat maatschappelijk werkers met elkaar informatie en ervaringen gaan uitwisselen?"

Deze managers managen hun instelling op organisatorisch en zakelijk gebied ongetwijfeld deskundig en zijn betrokken bij hun professionals. Het zijn ook eerlijke en herkenbare vragen van managers. Tegelijkertijd mag het anno 2008 eigenlijk niet voorkomen dat deze vragen nog bestaan.
Net zo goed als het niet mag voorkomen dat maatschappelijk werkers anno 2008 zich onvoldoende bewust zijn van het belang om onderling kennis te delen en ervaringen uit te wisselen of zich nog afvragen of zij lid moeten worden van hun beroepsvereniging.
Wij komen helaas nog wel eens tegen dat maatschappelijk werkers zich meer als werknemers dan als professionals opstellen: afhankelijk luisterend naar hun werkgever: "De werkgever zegt het immers en die zegt weer dat het van HKZ moet". Zoals Van der Laan zegt: "Professionals worden te weinig als experts gezien en meer als uitvoerend werkers in een productmatige managementomgeving." Wij vullen dat aan: "Professionals zien zich zelf ook nog te weinig als experts, zij gedragen zich te weinig als professional; onvoldoende kritisch naar eigen functioneren, naar dat van collega's en dat van de organisatie."
Ondertussen blijven maatschappelijk werkers en managers elkaar zich in die rollen bevestigen en blijft veelal afstand bestaan. Daarbij is de werkdruk uiteraard wel een serieus argument, maar geen excuus. Want werkdruk ontstaat mede door een slechte communicatiestructuur, door wantrouwen, door weinig professionaliteit. Zolang managers en werkers de cirkel van onmacht niet doorbreken - en dat moet van beide kanten komen!!! - zal die afstand blijven bestaan. Met blijvende vragen en vooroordelen naar elkaar.
Vanuit onze ervaring in het implementeren van kennismanagement in organisaties geloven wij in de mogelijkheid van het doorbreken van die cirkel. Maar dat kost energie en tijd. Maar die tijd verdien je zeker terug. En werkplezier ook!
Jaap Buitink

PS
1. Zie ook het artikel 'Effectiviteit en kwaliteit in professioneel perspectief' (voor ingelogden: klik op 'Bijlagen'; voor bezoekers: klik op homepage op resp. 'Kennisdelen' en op 'Artikelen').
2. Lees meer over het thema Professionalisering Maatschappelijk Werk in de kennisgroep 'Professionalisering MW' op deze site. Daar kunt u meer documenten lezen, eigen reacties toevoegen en discussieren. Klik na inloggen in linkerkolom onder 'Teams' op 'Professionalisering MW'.

 

  




Een ogenblik geduld a.u.b.