WMO biedt kansen voor AMW
‘Hulpverlening en aanbesteding verdragen elkaar niet'

07-06-07: VWS meent dat er voor het AMW geen keuze is: "Bereid je voor op aanbesteding; het komt er gewoon!" Vertegenwoordigers van het AMW en gemeenten: "Maatschappelijk werk moet buiten de aanbesteding blijven!" Kortom: animerende discussies over de gevolgen van de WMO voor het maatschappelijk werk in Nederland. Algemene conclusie op het congres van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW) over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO): ‘de WMO biedt kansen voor het AMW. Maar die kun je slechts benutten door je duidelijker te profileren en je te ontwikkelen'.  

Aanbesteden
Bert Holman van het ministerie van VWS meent dat het AMW kansen heeft om zich in het nieuwe WMO-tijdperk krachtig te positioneren. Bij de kansen wees hij vooral op de uitdaging om je als AMW duidelijk naar de gemeente en samenleving te profileren, samenwerking aan te halen en het maatschappelijk ondernemerschap te ontwikkelen. Maar ook om te investeren in professionaliteit. Dit is ook nodig om de bedreigingen van de  WMO te kunnen weerstaan: (nog altijd) een slecht  imago, meer concurrentie, onvoldoende kaderstelling door gemeenten  en meer accent op vrijwilligerswerk. Daarentegen heeft het AMW ook sterke kanten: het kent de sociale verbanden en doelgroepen, heeft kennis van lokale problemen in de samenleving en is uitvoerend regisseur in het verbinden en schakelen. Holman waarschuwde de sector evenwel zich op te maken voor aanbestedingen. De sector zou daar samen met de VNG een modelbestek voor moeten maken. Van zowel vertegenwoordigers van het AMW als wethouders van gemeenten en een vertegenwoordiger van de VNG kwamen evenwel heel andere geluiden. Zij zagen aanbestedingen voor het AMW niet zitten. Rik Bovenberg (AMW-directeur): "Hulpverlening en aanbesteding verdragen elkaar niet". Albert de Vries (wethouder Middelburg): "Het AMW moet buiten de aanbesteding blijven; het is zo duidelijk gepositioneerd in de eigen lokale situatie, dat is meerwaarde en moet zo blijven". Pieter Arts (VNG): "In de WMO staat op zich nergens dat er aanbesteed moet worden. Als je goede argumenten hebt om met subsidie te blijven werken, moet je dat beargumenteren maar het kan wel". De vertegenwoordiger van Zorgbelang Nederland (cliëntenorganisatie), Gert Jan Bloemendal, liet zich niet uit over wel of niet aanbesteden, maar zei wel dat als gemeenten het willen, je als AMW de cliënt moet betrekken bij de weging van voor-  en nadelen.
Janny Stevens (manager AMW-instelling) wees, zoals anderen ook, op het belang van profilering: "Blijf vooral doen waar je als maatschappelijk werker altijd goed in bent geweest: ‘handelen'. Maar maak vooral zichtbaar wat je doet en geef aan waar je in het kader van de WMO van belang bent voor de gemeente."

Over de invulling van het (WMO-)loket werd divers gedacht. Gemeenschappelijk was evenwel de opinie dat het AMW hierin een belangrijke rol moet spelen. Zoals Bovenberg het formuleerde: "Dat loket is eigenlijk een samenwerkingsfunctie'. De gemeente Middelburg heeft het loket aan uitvoerders uitbesteed, waaronder het AMW. De gemeente Nieuwegein daarentegen voert het loket zelf uit, maar werkt daarbij wel goed samen met uitvoerende partijen.
Tot slot stond de vraag ‘Wordt het AMW geïndiceerd of blijft het een basisvoorziening?' centraal. De VNG-vertegenwoordiger leek het een slecht idee als het maatschappelijk werk wordt toegevoegd aan de geïndiceerde zorg. Ook wethouders van enkele gemeenten meenden dat het AMW een basisvoorziening is en vooralsnog moet blijven.
Een verslag van dit congres en speciaal de workshops volgt op de site van de NVMW: http://www.nvmw.nl/

 




Een ogenblik geduld a.u.b.