Maatschappelijk werker moet niet perfect willen zijn
‘Hulpverleners ziek door competitie en drang naar perfectie'


02-04-07:  "Het is te gek dat hulpverleners en niet de ouders er op worden aangekeken als er een kind wordt vermoord". Verwijzend naar de zaak Savanna merkt bijzonder hoogleraar maatschappelijk werk Carol van Nijnatten op dat in onze samenleving vrijheid van opvoeding hoog in het vaandel staat. Maar als er iets fout gaat heeft de hulpverlening het gedaan. Ook in de opvoeding wreekt zich eigenlijk de drang naar perfectie in onze samenleving; ouders zouden echter moeten beseffen dat ze feilbaar zijn: je bent eerder een goede ouder als je ook onvolmaakt kunt zijn voor je kind. Te hoge verwachtingen leiden tot ongelukken. Zoals in de hulpverlening het streven naar perfectie eerder tot burnout leidt. Van Nijnatten zei dat op een gastcollege ter gelegenheid van het afscheid van Mia Offermans, hoofd maatschappelijk werk bij de Stichting AMW Midden-Limburg.  Directeur Frans Schreur wees met gepaste trots op het uitermate laag ziekteverzuim in zijn organisatie en de aandacht voor de professionalisering van het maatschappelijk werk.  

Productie maken en presteren is de maat
Van Nijnatten onderschrijft het belang van het goed onderhouden van professionaliteit. Maar dat ligt moeilijk in een tijd waarin organisaties meer bezig zijn met productie maken en presteren. De oorzaak ligt volgens de bijzonder hoogleraar in een samenleving die steeds onherbergzamer dreigt te worden voor mensen met ‘afwijkingen'.  Het normale moet bewaakt worden en we blijven onbewust geloven in de perfectie. Geprojecteerd op het maatschappelijk werk betekent dit dat kwantiteit en perfectie prioriteit krijgen. De perfecte instelling wil  in de competitie van de marktwerking mee doen en gecertificeerd zijn. Verantwoording vindt daarbij steeds meer plaats met oneigenlijke niet-professionele meetfactoren. Terwijl verantwoording horizontaal op professioneel niveau zou moeten plaatsvinden: "Een professie die zich zelf serieus neemt visiteert zich zelf". Van Nijnatten pleit voor meer beroepstrots en aandacht voor professionaliteit, alleen al daarom zou elke maatschappelijk werker lid moeten zijn van de eigen beroepsvereniging: de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW).

Gekte van marktwerking slaat toe'
 De wereld van de hulpverlening is een lappendeken van goede en slechte voorzieningen. Er wordt nog veel langs elkaar heen gewerkt. Maar ook dat lijkt volgens Van Nijnatten te komen doordat organisaties zich tot elkaar verhouden als in een productiecompetitie in plaats van op inhoud samen te werken. De overheid stimuleert dat in feite: de "gekte van de marktwerking slaat toe!"
 De ‘good enough' maatschappelijk werker is volgens Van Nijnatten, samengevat, een maatschappelijk werker die niet perfect moet willen zijn en uitdraagt dat je als hulpverlening niet alles kunt oplossen. Meer aandacht voor professionaliteit, door o.a. meer samenwerking tussen wetenschap en professie, moet leiden tot andere prioriteiten dan competitie en presteren.




Een ogenblik geduld a.u.b.